Graf zonder naam
De duivel uit Duitsland

De duivel uit Duitsland

In een kraakpand in de Amsterdamse binnenstad vinden bouwvakkers begin 1982 een gemummificeerd lijk. Het lichaam is gewikkeld in een tapijt en samengebonden met een tuinslang. Het ligt verstopt achter een gemetseld muurtje in een hoek van de kelder. 

Het slachtoffer heeft volgens de patholoog zo’n drie jaar in de kelder gelegen. Waaraan hij is overleden, valt niet meer te achterhalen. Op het lichaam worden geen aanwijzingen gevonden in de richting van een misdrijf. Volgens de patholoog zou het goed kunnen dat het slachtoffer is overleden aan een ziekte of overdosis. Wel is het lichaam overduidelijk door iemand verstopt om ontdekking te voorkomen. 

Onderzoek op het lichaam wijst uit dat het gaat om een lange tengere, blanke jongen tussen de 18 en 22 jaar van 1.83 meter lang. Bij het slachtoffer worden geen spullen aangetroffen die leiden naar zijn identiteit. Een paar summiere aanwijzingen wordt gevonden in de kleding die om het slachtoffer heen zat gewikkeld. In zijn broeksband zit een Duits label genaaid, wat mogelijk betekent dat de man uit Duitsland afkomstig was. 

Duivelse tatoeage 

Onderzoek naar de vingerafdrukken levert niets op. Wanneer de tatoeages van de dode man met behulp van een chemische behandeling goed zichtbaar worden, komen er nieuwe aanknopingspunten. Het slachtoffer had diverse tattoos, waaronder:

-       Een vlinder op de binnenkant van zijn rechterbeen
-       Een hartje op zijn rechteronderarm
-       Een indianenkopje op zijn linkeronderarm
-       Een hand met daarop een brandende kaars, met de tekst ‘Der teufel soll mein fuhrer sein!’ (de duivel zal mijn leider zijn) op zijn rug

Met name de tatoeage op zijn rug met de huiveringwekkende tekst ‘Der teufel soll mein fuhrer sein’ geeft het onderzoek een nieuwe impuls. Het doet de recherche, mede op grond van de Duitse tekst in de broeksband, vermoeden met een Duitser te maken te hebben. Ze nemen contact op met Interpol in Duitsland, maar dit levert niets op. Ook bij de Duitse politie is geen vermissing bekend van iemand die aan het signalement voldoet.

De tatoeage verschijnt in Nederland in enkele kranten en er verschijnt een politiebericht op televisie. Het genereert de nodige tips, maar de gouden tip blijft uit. Ook tatoeëerders in Amsterdam kunnen de politie niet helpen aan een concreet spoor. Ze concluderen dat de duivelse tattoo geen vakwerk is en sturen de politie naar het zuiden van het land. Daar zou in de vorige eeuwen, net als in België en een deel van Duitsland, een bende actief zijn geweest die ‘der Teufel soll mein fuhrer sein’ als lijfspreuk had. De politie doet er naspeuringen naar, maar komt niet verder.

En zo loopt het spoor uiteindelijk dood. Het lichaam wordt naamloos begraven op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam. Bij de korte zakelijke plechtigheid zijn alleen de doodgravers aanwezig. Het blijft vervolgens meer dan 33 jaar stil in de zaak. 

Duitse jeugdgevangenis 

Kees van der Spek en zijn team nemen de zaak in 2015 opnieuw onder de loep. Kees gaat langs bij de Amsterdamsee tatoeëerder Henk Schiffmacher. Mogelijk weet hij meer over de tatoeages van het slachtoffer. Volgens Schiffmacher is het een klassieke bokkenrijderstatoeage die naar alle waarschijnlijkheid door een medegevangene in een Duitse jeugdgevangenis is gezet. Dit zou voorkomen in de richting van het Duitse Aken, vlak bij de Nederlandse grens.  

Als Kees de tekst ‘Der teufel soll mein fuhrer sein” op internet opzoekt, gebeurt er iets bijzonders. Er is één enkele hit. Op een Duits forum voor ex-weeskinderen vraagt een voormalig bewoner van het kindertehuis zich het volgende af: 

“Kennt jemand Andreas Pasternak noch auf seinem rucken war der spruch der Teufel soll mein Fuhrer sein eintatowiert” 

Kees legt contact met de afzender. De man meldt dat hij met Andreas Pasternak in weeshuis Kreskenhof heeft gezeten in het Duitse Dorsten, vlakbij de Nederlandse grens. Het was ergens eind jaren ’70, daarna is hij hem uit het oog verloren. Kort daarna is het lichaam van de onbekende overledene in Amsterdam gevonden. Krijgt de lugubere mummie eindelijk na 33 jaar een gezicht? 

Kees dient een verzoek in bij het betreffende weeshuis om archiefstukken over Andreas Pasternak te ontvangen. Dat levert interessante informatie op. Andreas is geboren in 1959 in Unna. Andreas’ leeftijd komt precies overeen met de geschatte leeftijd van de mummie. Van Andreas zijn tot 1977 meerdere verblijfplaatsen bekend. Maar na 1977 ontbreekt ieder spoor. 

Springlevend 

Ook krijgt Kees de naam van de moeder van Andreas Pasternak, Irene Voye. Kees traceert haar in het Duitse Unna. Irene heeft Andreas kort na zijn geboorte wegens gezinsproblemen en geldgebrek afgestaan. Ze heeft al ruim dertig jaar niets van hem vernomen. Kort daarna werd in Amsterdam het dode lichaam gevonden. Toeval of niet? 

Kees legt uit dat er sterke aanwijzingen zijn dat het kelderlijk Andreas zou kunnen zijn.  Het nieuws over het mogelijke overlijden lijkt weinig met Andreas’ moeder te doen. Wel wil de vrouw meewerken aan een DNA-test. Kees belt hierop de Amsterdamse politie en wordt geadviseerd om contact op te nemen met de Duitse politie om de DNA-test te regelen. 

Als Kees op het politiebureau in Unna is, gebeurt er iets dat alles in één klap op z’n kop zet. Andreas blijkt een bekende van de Duitse politie. Een dag eerder is er nog aangifte tegen hem gedaan wegens bedreiging. Hij leeft dus nog! Andreas Pasternak is niet het Amsterdamse kelderlijk. Zijn bijnaam is ‘Satan’, dat waarschijnlijk duidt op zijn rugtattoo. Hoe kan iemand die volledig in het profiel past van de dode, inclusief de lugubere tatoeage op precies dezelfde plek, nog springlevend zijn? 

Kees bezoekt met collega Marijke het huis van Andreas, even verderop in Duitsland. Er ontstaat een grimmige sfeer als ze de woning betreden. “Als jullie van de politie zijn moet ik jullie doden”, zegt een van de bewoners, gewapend met een honkbalknuppel in zijn hand. Alle bewoners staan stijf van de drugs en Kees en Marijke kunnen niet zomaar weg. Pas nadat ze hun paspoorten hebben laten zien, mogen ze hun verhaal doen. 

Kees vraagt of hij de tatoeage van de man mag zien. Er staat: “Satan soll mein fuhrer sein” en dus niet ‘der Teufel’ soll mein fuhrer sein. De voormalige kameraad van Andreas heeft zich dus vergist toen hij op het forum een oproep deed. En wel zo dat Kees en zijn team er van overtuigd waren dat Andreas het kelderlijk moest zijn. Het onderzoek is weer terug bij af. 

Nina Hagen 

De Amsterdamse politie benadert na Kees zijn zoektocht de Duitse Opsporing Verzocht, Aktenzeichen XY. Een kijker in Duitsland belt daarop de Amsterdamse politie omdat hij een ring van het lijk herkent als de zijne. Een uniek gemaakt exemplaar waar er maar één van is vervaardigd. De man was de ring in 1975 in Hamburg verloren. Weer een aanwijzing dat de onbekende dode een link heeft met Duitsland. 

Maar de Amsterdamse politie heeft nog een interessant spoor. Na 33 jaar zoomt de recherche in op de oude politiefoto’s en doet dan een ontdekking die al die tijd onopgemerkt is gebleven. Op de gevel van Oudezijds Voorburgwal 143 staat Nina hartje Ferdi. Het verwijst naar de Duitse punkdiva Nina Hagen, die een relatie had met Ferdi Karmelk, gitarist van Herman Brood. Nina Hagen komt net als het lijk uit Duitsland. Ze maakte in de periode van zijn dood onderdeel uit van de Amsterdamse krakersscene. Haar naam staat drie keer op de gevel van het pand waar het lijk lag. Zouden Nina Hagen en de dode elkaar gekend hebben? 

Kees bezoekt in Berlijn de manager van Nina Hagen. Ook ontmoet hij een Nederlandse vriendin van Nina Hagen. Na lang aandringen komt ook Nina zelf met een reactie. Ze kent het huis aan de Oudezijds Voorburgwal 143 niet. Ze weet niet wie die tekst op de woning heeft aangebracht. En ze weet zeker niet wie er zo’n tatoeage op zijn rug had. En zo is voorlopig een einde gekomen aan de bizarre zoektocht naar de identiteit van het kelderlijk. 

Weet u meer over deze zaak? Neemt u dan contact op met de redactie van het programma.