Welkomstfeest met geit

Als enige van onze familie had ik mijn twijfels over onze deelname aan Groeten uit de Rimboe. Waarom zou ik in vredesnaam drie weken lang mijn vertrouwde bed verruilen voor een primitieve slaapplek op een van tevoren onbekende locatie. Het idee om met de hele familie een verre reis te maken, even weg van de drukte en de optredens is wat me uiteindelijk over de streep haalde. Toen ik na de eerste nacht verkleumd en verkreukeld wakker werd, gewekt door de rochelende hutgenoten en de geur van verse koeienpies van het vee naast de hut, werd me duidelijk aan welk avontuur we waren begonnen.

Na een ontbijt en lunch van maïspap werden de mannen bij elkaar geroepen. Met handen en voeten maakten ze ons duidelijk dat er deze avond een welkomstfeest zou zijn. Bij een feest hoort, dat is blijkbaar internationaal, lekker eten. Helaas zijn de opvattingen van de Samburu over lekker eten net een tikkie anders dan de onze. Ze kennen geen kruiden, hebben nergens een saus bij en hun kookeiland bestaat uit een rokerig vuurtje met zelf gesprokkeld hout. Bij een feestmaaltijd hoort vlees. Het enige probleem was dat ons hoofdgerecht van die avond nog in de wei ronddartelde. Toen een van de geiten met een touw om de nek naar ons toe werd gesleept, besefte ik dat dit niet aangenaam zou worden. Thuis eten we ook vlees, en deze geit had hier ongetwijfeld een fijn leven gehad in deze groene omgeving, toch hoef ik liever niet te zien hoe zo´n dier aan zijn eind komt. Maar daar kwamen we helaas niet onder uit. Volgens de traditie, zo hoorden we later, mag er bij het slachtritueel geen bloed vloeien, totdat een dier dood is. Zodoende duwden ze de kop van de geit in het zand om hem te laten stikken. Dit klinkt nu misschien niet heel heftig, maar als je ernaast staat voel je je alles behalve fijn. Ik hoopte maar dat het snel zou gaan, zodat de geit niet onnodig lang zou lijden.

Werkelijk elk stuk van de geit wordt door de Samburu benut. Eenmaal geslacht werden de stukken vlees naar het dorp gebracht en verdeeld onder de vrouwen, die het vervolgens gingen roosteren. Alle eetbare stukken, en dat zijn er bij de Samburu wonderlijk veel, werden bereid voor de maaltijd. De huid werd gedroogd en diende daarna als matras. De Samburu leiden ons naar de hut van mijn ouders waarop de kop van de geit als trofee geplaatst is, en dan is het zover. Vol trots brengen ze ons een deel van het geroosterde vlees. Ons bord is een boomblad besmeurd met as en onduidelijke viezigheid. Voorzichtig proef ik een stukje. Het is nogal taai, vet en smaakloos. Maar na de maïspap van gisteren, vanmorgen en vanmiddag is het een welkome afwisseling. Ik doe mijn ogen dicht en fantaseer er barbecuesaus bij. Zodra ik het taaie hapje doorslik blijkt het helaas een illusie te zijn.

Magische groeten,
Renzo Kazàn

Reisverslag familie Kazán

Hart van Nederland