Mara vertelt over de reis naar Kenia

Na weken van speculeren over onze bestemming is het zover. We zijn vol verwachting en hebben ons allemaal op onze eigen manier voorbereid. Oscar heeft besloten om helemaal niks mee te nemen. Net voordat we vertrokken hoorden we onze bestemming. We vliegen naar Kenia. Vol goede moed begint onze reis.

Aangekomen in Naïrobi stappen we over op een kleiner vliegtuigje. Renzo wijst me op één van de propellers, die met tape vast blijkt te zitten. De stewardess die ons eerst de nooduitgang aanwijst om vervolgens achter de stuurknuppel plaats te nemen, lijkt zich er niet druk om te maken. Dan zal het wel goed zijn, toch?

Na een vlucht van bijna 2 uur over uitgestrekte lege vlakten, landen we op een strook stenen naast een groene berg. Het voelt alsof je niet verder van huis kan zijn dan hier. Om ons heen is het een maanlandschap en het is niet voor te stellen dat hier ergens mensen wonen. Er staat een bejaarde Jeep op ons te wachten die ons de berg op zal brengen. De chauffeur vertelt dat dit de enige auto is die tegen deze rotsachtige omgeving bestand is. “A Hummer is useless here.” Als een troep soldaten stuiteren we in zes uur tijd de berg op tot de auto niet meer verder kan. De chauffeur dropt ons, het laatste stuk moeten we te voet verder. Door de ijle lucht op deze hoogte is deze wandeling letterlijk adembenemend en met onze bagage bij ons vorderen we niet erg snel.

In een dal iets verder zien we een tiental hutten liggen. Daar moet het zijn! Er zijn koeien, schapen, geiten en ezels met daar tussenin een bonte verzameling stamleden. Ze zijn gehuld in rode doeken en beladen met kettingen en armbanden in vrolijke kleuren. Sommige mannen hebben gekleurde sprietjes aan hun oren, het lijken net elfjes uit een fantasyfilm. Anderen hebben veertjes en roosjes op hun hoofd. Het ziet er in mijn ogen nogal gek uit, maar ze lijken deze outfit de normaalste zaak van de wereld te vinden. Dat dit nog bestaat!

We worden vriendelijk begroet en er wordt gelijk een hutindeling gemaakt. Hans, Wendy, Oscar, Renzo & Steven slapen met een jong Samburu stel en hun baby in een hut van nog geen drie bij drie. Op het rokende vuurtje bij de ingang staat iets onduidelijks te pruttelen, wordt dat ons avondeten?

Lara en ik komen met een aantal meisjes van een jaar of 12 in een hut terecht. De meisjes verbazen zich giechelend over ons uiterlijk. Ons lange blonde haar vinden ze fascinerend en lachwekkend, zijn we wel vrouwen? In hun stam zijn alle vrouwen kaal. Na een uitvoerige inspectie klakken ze uiteindelijk met hun tong en schudden ze met de kettingen door hun kin naar voren te steken. Als we ze proberen na te doen moeten ze nog harder lachen.

Na een maaltijd van kleverige maispap met een verdwaalde boon erin, gaan we proberen te slapen. De meisjes zijn hier duidelijk thuis. Ze rollen zich met kettingen en al op onder hun rode dekentjes. Niks tandenpoetsen of pyjama´s aan. Ze liggen als lepeltjes op een rijtje om zo elkaar warm te houden. En dat is hard nodig, want sinds de zon achter de berg verdwenen is, staat er een ijzige wind die overal doorheen snijdt. Lara en ik liggen met al onze kleren aan en een extra vest erover onder onze dekentjes op een koeienvel.

Ik ben beduusd maar vol energie door alle nieuwe indrukken, het voelt allemaal zo onecht. Mijn nieuwe buurvrouw heeft het blijkbaar ook koud en zoekt warmte door haar knieën in mijn zij te installeren. Voorzichtig probeer ik haar wat aan de kant te duwen maar deze zachte aanpak werkt duidelijk niet. Als ik al mijn kracht in de strijd gooi verschuift de rij met opgerolde meisjes zich morrend 2 cm opzij. Daar moeten we het dan maar mee doen voor vannacht.

Daar lig ik dan, klaarwakker te zijn, op 2000 meter hoogte ergens op een vergeten berg in Kenia. Het voelt heel vreemd, maar ik ben vastbesloten om hier iets van te maken. Duizenden sterren beschijnen door het dak van twijgjes de inhoud van onze hut. Deze multifunctionele slaapkamer/woonkamer/keuken van takken en koeienmest is kleiner dan ons tweepersoons bed van thuis. Rechts van me tel ik vier opgevouwen Samburumeisjes. Hun compacte houding doet me denken aan de verstopplek in een van onze illusies. In deze formatie passen zij wel met zijn vieren in een dubbele bodem.

Ik staar in de nacht en vraag me af wat ons de komende drie weken te wachten staat. Een van de ezels die buiten geparkeerd staat, steekt zijn kop door de ingang van ons nieuwe huis en kijkt me onnozel aan. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat we hier liggen...

Groetjes,
Mara


Reisverslagen familie Kazán

Hart van Nederland